Overige gegevens

Statutaire bepalingen
inzake de winstverdeling

 

Inzake de winstverdeling is in de statuten het volgende bepaald:


Winst en verlies


Artikel 13

1.

Uit de winst, die in het laatst verstreken boekjaar is behaald, kan de directie onder goedkeuring van de raad van commissarissen zoveel reserveren als zij nodig oordeelt.

2.

Van het na toepassing van het vorige lid resterende wordt, zo mogelijk, op de cumulatief preferente aandelen uitgekeerd het hierna te noemen percentage van het op die aandelen gestorte bedrag.
    
Indien en voor zover de winst niet voldoende is om de uitkering op de cumulatief preferente aandelen B volledig te doen, zal het tekort worden uitgekeerd ten laste van de reserves.

Indien en voor zover de uitkering op de cumulatief preferente aandelen B ook niet ten laste van de reserves kan worden gedaan en daarnaast de winst niet toereikend is om gemeld percentage uit te keren op de cumulatief preferente aandelen A, vindt het in de eerste zin van dit artikellid bepaalde en het hierna in dit artikel bepaalde eerst toepassing, nadat het tekort is ingehaald.

Voor wat betreft de uitkering op de cumulatief preferente aandelen A, is het hiervoor bedoelde percentage vier en een half procent (4,5%).

Voor wat betreft de uitkering op de cumulatief preferente aandelen B, is het hiervoor bedoelde percentage gelijk aan het gemiddelde van de depositorente van de Europese Centrale Bank, verhoogd met een op- of afslag, gewogen naar het aantal dagen waarover de uitkering geschiedt. Het dividend wordt berekend over het gestorte deel van het nominaal bedrag. De op- en afslag zal maximaal vier procent bedragen en wordt vastgesteld door de directie onder goedkeuring van de raad van commissarissen ten tijde van de eerste uitgifte van een cumulatief preferent aandeel.

3.

Indien in het boekjaar waarover de hiervoor bedoelde uitkering op cumulatief preferente aandelen plaatsvindt, het op die cumulatief preferente aandelen gestorte bedrag ingevolge gedeeltelijke kapitaal­vermindering is verlaagd of, wat de cumulatief preferente aandelen B betreft ingevolge een besluit tot verdere storting, is verhoogd, zal de uitkering worden verlaagd respectievelijk, zo mogelijk, worden verhoogd met een bedrag gelijk aan het hiervoor bedoelde percentage van het bedrag van de verlaging respectievelijk verhoging, berekend vanaf het tijdstip van de verlaging respectievelijk vanaf het tijdstip waarop de storting, die verplicht is geworden, plaatsvindt.

4.

Indien de winst over een boekjaar wordt vastgesteld en in dat boekjaar een of meer cumulatief preferente aandelen met terugbetaling zijn ingetrokken of op cumulatief preferente aandelen volledig is terugbetaald, hebben degenen die blijkens het in artikel 3 bedoelde register ten tijde van bedoelde intrekking casu quo terugbetaling houder van cumulatief preferente aandelen waren, een onvervreemdbaar recht op uitkering van winst als hierna omschreven.

De winst, die aan een bedoelde persoon zo mogelijk wordt uitgekeerd, is gelijk aan het bedrag van de uitkering, waarop hij op grond van het bepaalde in lid 1 recht zou hebben, indien hij ten tijde van de winstvaststelling nog houder zou zijn geweest van de hiervoor bedoelde cumulatief preferente aandelen, naar tijdsgelang berekend over de periode dat hij in bedoeld boekjaar houder van cumulatief preferente aandelen was.

Met betrekking tot een wijziging van het bepaalde in dit lid wordt het voorbehoud gemaakt als bedoeld in artikel 122 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

5.

Indien in de loop van enig boekjaar uitgifte van cumulatief preferente aandelen heeft plaatsgevonden, zal voor dat boekjaar het dividend op de cumulatief preferente aandelen naar rato, tot de dag waarop de storting op die aandelen is geschied, worden verminderd.

6.

De na toepassing van het vorige lid overblijvende winst staat ter beschikking van de algemene vergadering van aandeelhouders, hetzij geheel of gedeeltelijk ter uitkering aan de houders van gewone aandelen, in verhouding van hun bezit aan gewone aandelen, hetzij ter reservering, met dien verstande, dat van die overblijvende winst in ieder geval aan de houders van gewone aandelen, zo mogelijk, een bedrag wordt uitgekeerd, gelijk aan vijf procent (5%) van het nominale bedrag hunner aandelen.

7.

De vennootschap kan aan de aandeelhouders en andere gerechtigden tot voor uitkering vatbare winst slechts uitkeringen doen voor zover haar eigen vermogen groter is dan het bedrag van het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de wet moeten worden aangehouden.

 
 
 

 
 
 
Add to basket
View basket
Contact
Download center